ECLI:NL:CRVB:2017:1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening ANW-uitkering op grond van woonlandfactor
Appellante ontving sinds vóór 1 juli 2012 een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Vanaf 1 januari 2013 werd de hoogte van deze uitkering vastgesteld met toepassing van de woonlandfactor, wat leidde tot een verlaging van de uitkering. Appellante verzocht via een brief van 19 mei 2014 om herziening van het besluit van 11 december 2012, zodat de uitkering vanaf 1 januari 2013 volledig zou worden uitbetaald.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af en stelde in een besluit van 4 september 2014 dat de uitkering vanaf 1 maart 2014 niet meer wordt aangepast aan het kostenniveau van het woonland. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 15 januari 2016 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte het fair play-beginsel en artikel 6 EVRM Pro niet had toegepast en dat sprake was van schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de herziening van de ANW-uitkering per 1 maart 2014 niet in strijd is met nationale en internationale wet- en regelgeving. Tevens werd geoordeeld dat de verlaging van de uitkering voortkomt uit het besluit van 11 december 2012, waartegen appellante geen rechtsmiddelen had aangewend. De Raad zag geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van de ANW-uitkering met toepassing van de woonlandfactor.