ECLI:NL:CRVB:2016:4148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Geen volledige terugwerkende herziening ANW-uitkering wegens woonlandfactor
Appellante ontving een ANW-uitkering die vanaf 1 januari 2013 werd vastgesteld met toepassing van de woonlandfactor, wat leidde tot een lagere uitkering. Na uitspraken van de Centrale Raad van Beroep waarin deze factor werd beoordeeld als strijdig met internationale verdragen, besloot de Sociale verzekeringsbank (Svb) ambtshalve de uitkering vanaf 1 maart 2014 te verhogen. Appellante vorderde echter een terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013.
De Raad oordeelde dat het besluit van 11 december 2012, waarin de woonlandfactor werd toegepast, in rechte vaststaat omdat appellante geen bezwaar of beroep had ingesteld. Er is geen wettelijke verplichting voor de Svb om een dergelijk besluit ambtshalve met volledige terugwerkende kracht te herzien. Appellante kon ook niet slagen met haar beroep op Europese jurisprudentie of het gelijkheidsbeginsel, aangezien zij niet in dezelfde positie verkeert als anderen die wel bezwaar maakten.
Ook het beroep op een vermeende toezegging van de Svb of belemmeringen door het niet in Nederland wonen werden verworpen. De Raad bevestigde dat de financiële situatie van appellante niet uitsluitend door de woonlandfactor werd veroorzaakt en dat zij niet alle redelijke stappen had ondernomen om bezwaar te maken. De rechtbank had het beroep terecht ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ANW-uitkering niet met volledige terugwerkende kracht wordt herzien.