ECLI:NL:CRVB:2017:1632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van schuld bij vermogenstoets eigen woning in bijstandsverlening
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet (PW) en kreeg deze aanvankelijk geweigerd. Na bezwaar werd bijstand toegekend in de vorm van een lening met een krediethypotheek op de eigen woning. Het college hield echter een schuld van €5.643,37 uit eerdere bijstandsverlening buiten beschouwing bij de vermogenstoets omdat deze schuld niet als op de woning drukkende schuld werd beschouwd.
Appellant stelde dat deze schuld wel meegeteld moest worden omdat deze voortkwam uit een eerdere lening met hypotheek als onderpand. De Raad oordeelde dat de lening destijds niet met hypotheek was gedekt omdat het vestigen van de krediethypotheek was nagelaten, waardoor de schuld niet als op de woning drukkende schuld kan worden aangemerkt.
Verder verwierp de Raad het beroep op schending van artikel 8:69 Awb Pro omdat het college de relevantie van het ontbreken van de hypotheek niet had erkend. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat de schuld niet in aanmerking wordt genomen bij de vermogenstoets voor de bijstandsverlening.
De uitspraak verduidelijkt dat alleen schulden die daadwerkelijk op de woning drukken, zoals hypotheekschulden, worden meegenomen bij de vaststelling van het vermogen gebonden in de eigen woning voor bijstandsdoeleinden. Dit waarborgt dat de volledige restwaarde van de woning beschikbaar blijft voor kosten van levensonderhoud.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de schuld zonder hypotheekonderpand niet als op de woning drukkende schuld wordt meegeteld bij de vermogenstoets voor bijstand.