ECLI:NL:CRVB:2017:1640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding met voldoende feitelijke grondslag
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres waar appellant niet stond ingeschreven. Na een anonieme tip startte de gemeente Groningen een onderzoek naar een verzwegen gezamenlijke huishouding. Onderzoek bestond uit dossieronderzoek, zendmastgegevens, getuigenverklaringen en verhoren. Het college trok de bijstand in en vorderde terug wegens het verzwegen samenwonen.
De rechtbank vernietigde het besluit voor de periode van 1 september 2010 tot 11 mei 2013 wegens onvoldoende bewijs, maar handhaafde het voor de periode van 11 mei 2013 tot 28 februari 2014. In hoger beroep betwistten appellanten het samenwonen en de hoogte van de terugvordering.
De Raad oordeelde dat er voldoende feitelijke grondslag is voor het gezamenlijke hoofdverblijf in de beoordelingsperiode. Bewijzen waren onder meer zendmastgegevens, verklaringen van ouders, aanwezigheid van kleding en eigendommen, en een televisie-abonnement. Verklaringen van appellanten werden als onbetrouwbaar beoordeeld. De terugvordering was correct vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.