ECLI:NL:CRVB:2016:3065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en boete bij bijstandsintrekking
Betrokkene 1 ontving bijstand als alleenstaande, maar het college stelde na onderzoek dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene 2, wat niet was gemeld. Dit leidde tot intrekking van bijstand, terugvordering en een boete wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor een gezamenlijke huishouding, vernietigde de besluiten en herstelde betrokkene 1 in haar rechten. Het college ging in hoger beroep en stelde dat de verklaringen van betrokkene 1, het waterverbruik en verklaringen van buurtbewoners wel een gezamenlijke huishouding aannemelijk maken.
De Raad concludeerde dat betrokkene 1 inderdaad het merendeel van de nachten bij betrokkene 2 verbleef en dat sprake was van wederzijdse zorg, mede gelet op huishoudelijke bijdragen en sleutelbezit. De boete werd verlaagd naar 50% van het benadelingsbedrag (€2.100) vanwege normale verwijtbaarheid. Het college mocht het gezinsinkomen betrekken bij de draagkrachtbeoordeling. De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en bevestigde het opgelegde boetebedrag.
Uitkomst: De Raad bevestigt de gezamenlijke huishouding, vernietigt eerdere uitspraken en legt een boete van € 2.100 op aan betrokkene 1.