ECLI:NL:CRVB:2017:1646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet wonen op opgegeven adres
Appellant ontving bijstand van 26 maart 2012 tot 22 april 2014 met als woonadres een opgegeven uitkeringsadres. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente Hellevoetsluis een onderzoek naar mogelijke samenwoning en verblijfplaats van appellant. Dit leidde tot een huisbezoek en het opvragen van verbruiksgegevens van water, gas en elektriciteit.
De onderzoeksresultaten toonden een extreem laag waterverbruik van maximaal 2m³ in de periode tot oktober 2013, wat volgens vaste rechtspraak niet aannemelijk maakt dat appellant op het uitkeringsadres verbleef. Ook het lage gas- en elektraverbruik en bevindingen tijdens het huisbezoek, zoals niet aangesloten apparaten en weinig aanwezige etenswaren en kleding, ondersteunden dit. Appellant verklaarde zelf vele nachten elders te verblijven en dagelijkse activiteiten buiten de woning te verrichten.
Het college besloot daarom de bijstand per 22 april 2014 in te trekken en de eerder ontvangen bijstand terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Het college hoefde niet te onderzoeken waar appellant elders verbleef. Het verzoek van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat appellant niet op het opgegeven uitkeringsadres woonde.