ECLI:NL:RBNNE:2018:5524
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onjuist opgegeven hoofdverblijfplaats
Eiser ontving sinds juli 2009 een bijstandsuitkering en had als woonadres een adres in Leeuwarden opgegeven. Na een anonieme tip startte verweerder een onderzoek, dat leidde tot intrekking van de uitkering per 4 november 2014 wegens vermoedelijk niet-verblijven op het opgegeven adres. Eiser voerde aan dat hij veel bij derden verbleef en bracht verklaringen in, maar kon het extreem lage water-, gas- en elektriciteitsverbruik niet aannemelijk verklaren. Tijdens huisbezoeken werden omstandigheden geconstateerd die het niet-verblijven bevestigden.
In een tweede zaak werd een aanvraag afgewezen omdat eiser niet had aangetoond dat zijn situatie was gewijzigd en hij nu wel aan de voorwaarden voldeed. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres lag.
De rechtbank volgt de jurisprudentie dat het college aannemelijk moet maken dat de inlichtingenplicht is geschonden voor intrekking, wat hier is gebeurd. Het beroep is in beide zaken ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking en weigering van de bijstandsuitkering worden ongegrond verklaard.