ECLI:NL:CRVB:2015:78
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens feitelijk verblijf niet op uitkeringsadres
Appellant ontving vanaf 12 januari 2011 een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ), later omgezet in bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Hij gaf een adres op als uitkeringsadres waar hij ook in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven.
Een onderzoek naar het waterverbruik op dit adres toonde een extreem laag verbruik aan, wat de conclusie ondersteunde dat appellant niet zijn feitelijk hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Appellant ontkende dit en overhandigde verklaringen van buren, maar deze werden niet als overtuigend beoordeeld. Ook het gas- en elektriciteitsverbruik kon dit niet weerleggen.
Het dagelijks bestuur trok de uitkering in en vorderde ten onrechte betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht de intrekking en terugvordering baseerde op de WWB, ook voor de periode dat de WIJ van toepassing was, en dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. Het hoger beroep werd afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.