ECLI:NL:CRVB:2018:355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College moet kwijtscheldingsbesluit heroverwegen wegens niet-toetsen dringende redenen
Appellanten ontvingen bijstand die later door het college werd teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht, waarbij aanzienlijke bedragen werden teruggevorderd. Het college weigerde kwijtschelding van de resterende schuld en verklaarde bezwaren ongegrond, stellende dat appellanten niet voldeden aan de voorwaarden van het kwijtscheldingsbeleid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het college niet had onderzocht of er dringende redenen waren voor kwijtschelding, terwijl dit volgens het eigen beleid wel vereist is. Appellanten hadden onder meer aangevoerd dat zij door de inhoudingen jarenlang met een inkomen onder de beslagvrije voet moesten rondkomen, wat tot verdere schulden leidde.
De Raad oordeelde dat het college het beleid onvoldoende had toegepast en onvoldoende gemotiveerd had, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid. Wel werd geoordeeld dat het college terecht de beslagvrije voet had aangepast vanaf 2014 en dat eerdere inhoudingen niet onverschuldigd waren betaald.
De Raad draagt het college op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen door alsnog te toetsen of dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig zijn, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van appellanten en het beleid.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit over kwijtschelding binnen zes weken te herstellen door alsnog te toetsen op dringende redenen.