ECLI:NL:CRVB:2017:1868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag brandweervrijwilliger wegens verwijtbaar plichtsverzuim bij vechtpartij
Appellant, sinds 2000 brandweervrijwilliger en in dienst bij de Veiligheidsregio Zeeland, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na betrokkenheid bij een vechtpartij op 19 april 2014. Het dagelijks bestuur legde hem ongevraagd ontslag op wegens het niet onttrekken aan de vechtpartij, het niet de-escalerend optreden en het niet meewerken aan beëindiging van het incident.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het ontslag onzorgvuldig was voorbereid en dat het politiedossier onrechtmatig was verkregen. De Raad oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen, dat het gesprek van 30 april 2014 geen verantwoordingsgesprek in de zin van de CAR/UWO was, en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn zienswijze te geven. De Raad verwierp de bezwaren over bestuurlijke chaos en gegevensverstrekking.
De Raad stelde vast dat appellant zich niet had onttrokken aan de vechtpartij en niet de-escalerend had opgetreden, maar juist het risico op verdere escalatie had genomen door achter de belager aan te gaan. Ook had hij zich verzet bij aanhouding. Het plichtsverzuim was toerekenbaar en de straf van ontslag niet onevenredig, ondanks een goede staat van dienst en financiële gevolgen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant bevestigd.