Uitspraak
6 oktober 2016, 16/2190, 16/3064, 16/2188, 16/3079, 16/1600, 16/3116, 15/9473, 16/657, 16/663, 16/683, 16/2191 (aangevallen uitspraken)
OVERWEGINGEN
AOW-uitkering, inclusief vakantiegeld (tegemoetkoming AOW-hiaat). De besluiten van
6 december 2016 worden, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mede in de beoordeling betrokken.
AOW-hiaat, vermeerderd met het ouderdomspensioen, netto minder bedraagt dan 90% van de gerechtvaardigde aanspraak van appellanten, dan wordt dit bedrag bruto zodanig aangevuld dat deze in ieder geval gelijk is aan 90% van de gerechtvaardigde aanspraak van appellanten (aanvullende maatregel). Onder de gerechtvaardigde aanspraak verstaat de minister het bedrag van de gecombineerde netto AOW- en pensioenuitkeringen die bij 65 jaar zouden zijn uitgekeerd als ware de AOW- en pensioenleeftijd nog steeds 65 jaar. De besluiten van
23 maart 2017 worden, gelet op de artikelen 6:19 en 6:24 van de Awb, mede in de beoordeling betrokken.
AOW-aanspraken van appellanten niet meer aansluiten op hun UGM-uitkering, waardoor zij inkomensverlies lijden. De Raad zal dan ook de regeling in dat licht bezien.
non-discriminatie op grond van leeftijd. Het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd moet worden beschouwd als een algemeen beginsel van gemeenschapsrecht. Dit brengt mee dat de nationale rechter aan wie een geschil is voorgelegd en waarbij het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd in het geding is, als dat nodig is, elke met dit beginsel strijdige bepaling van nationaal recht buiten beschouwing moet laten (arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 22 november 2005, C-144/04, Mangold punt 75 en 77 en van 19 januari 2010, C-555/07, Swedex, punt 21, 50 en 51).
UGM-uitkering te beëindigen op grond van artikel 7, aanhef en onder a, van de UGM, onder gelijktijdige toepassing van de regeling, onderscheid maakt op grond van leeftijd, zoals bedoeld in artikel 1 en Pro 2 van de Richtlijn. Artikel 7, aanhef en onder a, van de UGM, bevat evenwel op zichzelf beschouwd geen leeftijdscriterium. De bepaling sluit aan bij het moment van toekenning van het ABP-pensioen. Voor zover de toepassing door de minister van
ABP-ouderdomspensioen, kent de minister vanaf dat moment de militair de tegemoetkoming AOW-hiaat toe en past hij in voorkomende gevallen de aanvullende maatregel tot 90% van de gerechtvaardigde aanspraak toe. De Raad dient de vraag te beantwoorden of dit middel passend en noodzakelijk is om de doelstellingen te bereiken.
AOW-leeftijd alsmede voor de periode vanaf de AOW-leeftijd de bruto- en netto-inkomsten zijn vermeld:
6 december 2016 een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen, zodat moet worden uitgegaan van vijf samenhangende zaken. De minister heeft in reactie hierop te kennen gegeven in de bij het bezwaarschrift van appellant 9 gevoegde lijst van zaken waarop het bezwaar mede ziet, aanleiding te zien uit te gaan van 49 samenhangende zaken.
€ 148,80 per appellant (tezamen 1 punt met een waarde van € 496,- met een
UGM-uitkeringen doorlopen tot aan de verhoogde AOW-leeftijd en evenmin geldt dat de rechtbank haar opdracht tot het nemen van nieuwe besluiten zodanig had moeten formuleren dat dit tot eenzelfde netto resultaat zou leiden, slagen de hoger beroepen niet. De Raad zal de aangevallen uitspraken bevestigen voor zover aangevochten. De beroepen van appellanten 1 tot en met 7 tegen de besluiten van 6 december 2016, zoals aangevuld bij de besluiten van