ECLI:NL:CRVB:2017:1961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invaliditeitspercentage militair met PTSS na herbeoordeling
Appellant, een militair die in 1999 en 2001 werd uitgezonden naar Kosovo en Bosnië, lijdt aan PTSS en een depressieve stoornis waarvoor verergerend dienstverband wordt aanvaard. Na een herbeoordeling in 2012 werd het militair invaliditeitspensioen (mip) beëindigd wegens een invaliditeitspercentage onder de 10%, maar na bezwaar werd dit percentage bijgesteld naar 12%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij geen medische onderbouwing leverde voor zijn hogere invaliditeitsclaim, terwijl het advies van de verzekeringsarts Koperberg goed was onderbouwd. Appellant voerde aan dat het PTSS Protocol niet bindend is en onvoldoende wetenschappelijk gevalideerd, maar de Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin dit protocol als toereikend is beoordeeld.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende medische informatie heeft aangeleverd om het vastgestelde invaliditeitspercentage te betwisten. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het invaliditeitspercentage van 12% wordt bevestigd.