ECLI:NL:CRVB:2017:1788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invaliditeitspercentage militair na herbeoordeling volgens PTSS Protocol
Appellante, een militair die in 1999 naar Kosovo is uitgezonden, vroeg in 2007 een militair invaliditeitspensioen aan, dat toen werd toegekend op 40% invaliditeit wegens een psychische aandoening. In 2010 vond een herbeoordeling plaats, waarna het invaliditeitspercentage werd vastgesteld op 10%, met ingang van 1 december 2011. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het invaliditeitspercentage op 10% was vastgesteld en stelde dit vast op 11%, omdat de minister dit had erkend. De rechtbank oordeelde dat het PTSS Protocol als algemeen verbindend voorschrift kon worden toegepast en dat de minister het herbeoordelingsrapport, gebaseerd op een zorgvuldig medisch onderzoek, terecht had gebruikt. Een door appellante overgelegde contra-expertise werd minder zwaar gewogen omdat deze was gebaseerd op een oudere schattingsmethodiek en niet op de peildatum.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het PTSS Protocol niet gevalideerd was en onvoldoende wetenschappelijke waarborgen bood. De Raad verwierp deze gronden, verwijzend naar eerdere uitspraken waarin het protocol werd bevestigd als voldoende betrouwbaar en wetenschappelijk onderbouwd. Ook het verzoek tot heropening van het onderzoek werd afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invaliditeitspercentage van 11% en verklaart het hoger beroep ongegrond.