Uitspraak
14 juli 2014 (12/8377) in een geding tussen verzoeker en de Minister van Defensie.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft in hoger beroep tegen de Minister van Defensie een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter, naar aanleiding van eerdere negatieve ervaringen met de rechtspraak in het algemeen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat wraking alleen kan worden toegewezen als er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechter aantonen. De aangevoerde gronden betroffen echter de Raad als geheel en niet de persoon van de behandelend rechter.
De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie dat een wrakingsverzoek gericht tegen een rechterlijk college niet ontvankelijk is en dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen voor partijdigheid wordt het wrakingsverzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.