ECLI:NL:CRVB:2017:2153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtshulp wegens te late indiening
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van eigen bijdragen rechtshulp over 2013/2014. Het dagelijks bestuur kende bijstand toe voor een deel van de kosten, maar wees de aanvraag voor eigen bijdragen van twee toevoegingen af omdat deze niet binnen een jaar na het ontstaan van de kosten was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de aanvraag tijdig was ingediend, dat de factuurdatum bepalend is en dat het bestuur ten onrechte niet op de griffierechten heeft beslist.
De Raad overwoog dat op grond van vaste rechtspraak de kosten van rechtsbijstand op de dag van ontvangst van de toevoeging door de advocaat zijn opgekomen en dat bijzondere bijstand uiterlijk op die dag moet worden aangevraagd. Het bestuur hanteert een buitenwettelijk beleid dat aanvragen binnen een jaar na kostenopkomst moeten worden ingediend.
Omdat de toevoegingen waarop de afwijzing betrekking had op 28 november 2013 waren toegekend en de aanvraag pas op 31 december 2014 werd gedaan, is de aanvraag te laat. Ook zag de aanvraag niet op griffierechten. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtshulp is afgewezen wegens te late indiening binnen het beleidsmatige termijn.