ECLI:NL:CRVB:2016:2715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van de eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht nadat de Raad voor Rechtsbijstand (RvR) de toevoegingen had verleend. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat bijzondere bijstand vooraf moet worden aangevraagd, volgens het gemeentelijk beleid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij voerde onder meer aan dat het bezwaar tegen het collegebesluit tijdig was ingediend en dat het beleid van het college niet in overeenstemming was met de beleidsvoorschriften.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was omdat het besluit niet op de juiste wijze was bekendgemaakt. De Raad stelde vast dat bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand pas kan worden aangevraagd op de dag dat de toevoeging door de rechtsbijstandsverlener is ontvangen, omdat de eigen bijdrage pas bij verlening van de toevoeging wordt vastgesteld.
De Raad verwierp het beleid van het college dat de aanvraag op de dag van de toevoegingsaanvraag moest plaatsvinden, omdat dit niet strookt met de wettelijke regeling. De aanvraag van appellante was echter pas na de ontvangst van de toevoegingen gedaan, waardoor de bijzondere bijstand terecht werd afgewezen. Ook de aanvraag voor griffierecht werd afgewezen wegens te late indiening.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht is afgewezen wegens te late indiening.