ECLI:NL:CRVB:2017:2154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen boven toegestane grens en niet aannemelijke lening
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet met terugwerkende kracht vanaf haar opname wegens geestelijke gezondheidsklachten. Het college wees de aanvraag af omdat appellante onvolledige informatie gaf en haar vermogen boven de toegestane grens lag.
Appellante stelde dat een lening van haar ouders in mindering moest worden gebracht op haar vermogen. Diverse stukken over de lening werden overgelegd, maar deze verschilden in hoogte en voorwaarden. Cruciaal was dat geen daadwerkelijke terugbetalingsverplichting aannemelijk was in de te beoordelen periode.
De Raad oordeelde dat de lening niet als schuld kon worden meegenomen bij de vermogensberekening. Omdat het vermogen boven de grens lag, was bijstand niet toewijsbaar. De overige gronden werden niet behandeld en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat het vermogen boven de toegestane grens ligt en de lening niet als schuld kan worden meegenomen.