ECLI:NL:CRVB:2017:2166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor privédetectivekosten bij alimentatiegeschil
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en vroeg bijzondere bijstand voor kosten van een privédetective die zij had ingeschakeld om zwarte inkomsten van haar ex-echtgenoot aan te tonen in een alimentatieprocedure. Het college wees deze aanvraag af omdat de rechtbank de alimentatie reeds had vastgesteld op basis van door de ex-echtgenoot verstrekte en getoetste gegevens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college ten onrechte had gesteld dat de kosten van de privédetective niet noodzakelijk waren. Het doel van het onderzoek was het veiligstellen van alimentatie-inkomsten, wat in beginsel noodzakelijke kosten zijn volgens artikel 35 WWB Pro.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van het college, maar stelde vast dat het Hof in de alimentatieprocedure de noodzakelijke kosten had vastgesteld op €4.500,-. Kosten boven dit bedrag waren niet noodzakelijk en de afwijzing van bijzondere bijstand daarvoor was terecht. De rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor privédetectivekosten boven €4.500,- wordt bevestigd, maar het besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.