ECLI:NL:CRVB:2017:2253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WGA-vervolguitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, een voormalig senior IT-consultant, viel in januari 2009 uit wegens lichamelijke klachten en ontving vanaf januari 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2014 werd deze omgezet in een WGA-vervolguitkering met een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen de vastgestelde beperkingen en de berekening van het maatmaninkomen, waarbij hij onder meer aanvoerde dat zijn autokostenvergoeding ten onrechte niet was meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had uitgevoerd en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van maart 2014 juist waren vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat het UWV terecht geen rekening hield met de autokostenvergoeding bij de berekening van het maatmaninkomen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze conclusies. De Raad onderschreef de medische beoordeling en de arbeidsdeskundige rapporten en stelde vast dat de autokostenvergoeding administratief pas na het refertejaar was betaald, waardoor deze niet meegenomen hoefde te worden. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WGA-vervolguitkering en het niet meenemen van de autokostenvergoeding in het maatmaninkomen.