Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geïndiceerd voor een Zorgzwaartepakket VG03, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg in 2013. Het Zorgkantoor keurde kosten voor zorg door twee zorgverleners af omdat deze activiteiten geen AWBZ-zorg zouden betreffen en stelde het pgb lager vast, met terugvordering van te veel ontvangen voorschotten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de begeleiding aan het hele gezin niet uit het pgb bekostigd mocht worden en dat een belangenafweging niet aan de orde was.
In hoger beroep stelt appellant dat de begeleiding wel onder AWBZ-zorg valt en dat het bezwaar ook gericht was tegen het vaststellingsbesluit van 12 september 2014, dat ten onrechte niet is heroverwogen. De Raad oordeelt dat het bestreden besluit geen heroverweging bevat van dit vaststellingsbesluit en vernietigt het besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen in stand.
De Raad concludeert dat de activiteiten van de zorgverleners geen AWBZ-zorg zijn, omdat het ging om gezinsbegeleiding gericht op het gezin als geheel en onvoldoende individuele zorg aan appellant is aangetoond. Het Zorgkantoor mocht daarom het pgb lager vaststellen en terugvorderen. De belangenafweging door het Zorgkantoor was discretionair en rechtmatig.
Ten slotte veroordeelt de Raad het Zorgkantoor tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd wegens het ontbreken van heroverweging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.