ECLI:NL:CRVB:2017:2287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens verzwegen kinderalimentatie
Appellante ontving vanaf maart 2004 bijstand als alleenstaande ouder. Uit een verhaalsonderzoek bleek dat zij van oktober 2005 tot oktober 2013 kinderalimentatie ontving die zij niet had gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân. Het college herzag de bijstand over die periode en vorderde €27.993,24 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan dat zij de alimentatiebeschikking had overgelegd en mondeling had gemeld dat zij alimentatie ontving, waardoor het college op de hoogte was. De Raad oordeelde dat het overleggen van de beschikking niet betekent dat het college wist van de feitelijke ontvangst van alimentatie. Appellante had de bedragen moeten melden op de daarvoor bestemde formulieren. Het college was niet verplicht zelf onderzoek te doen naar inkomen.
De Raad verwierp ook het beroep op verjaring, omdat de vijfjarige termijn pas begon toen het college in december 2013 door het verhaalsonderzoek op de hoogte was van de feitelijke ontvangst. Het hoger beroep tegen de herziening en terugvordering werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wegens verzwegen kinderalimentatie bevestigd.