ECLI:NL:CRVB:2017:2308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichte intrekking en terugvordering bijstand ondanks persoonlijke omstandigheden
Appellanten ontvingen bijstand vanaf 29 juli 2010, maar na anonieme meldingen over werkzaamheden bij twee werkgevers heeft de sociale recherche onderzoek gedaan. Het college besloot de bijstand met ingang van 1 oktober 2014 te beëindigen en over diverse perioden terug te vorderen wegens niet-melding van inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat het college ten onrechte niet heeft afgezien van intrekking over de periode vóór 1 juli 2013 en dat er dringende redenen zijn om terugvordering te matigen vanwege depressie, analfabetisme, zwakbegaafdheid en financiële problemen.
De Raad oordeelde dat het college vanaf 1 juli 2013 verplicht is tot intrekking en herziening bij niet-nakoming van de inlichtingenplicht en dat er geen ruimte is om daarvan af te zien. Daarnaast zijn de aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen dringende reden om terugvordering te voorkomen. De beslagvrije voet biedt bovendien bescherming tegen onaanvaardbare financiële gevolgen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.