ECLI:NL:CRVB:2017:2367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens niet gemelde inkomsten uit kamerverhuur en werkzaamheden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en had bij de aanvraag aangegeven inkomsten uit kamerverhuur te ontvangen. Later heeft hij echter nagelaten deze inkomsten en werkzaamheden voor een stichting volledig te melden. Het college startte een onderzoek en concludeerde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden, waarna de bijstand werd ingetrokken, de onterecht ontvangen bijstand werd teruggevorderd en een boete werd opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking en terugvordering ongegrond, maar mat de boete terug wegens verminderde verwijtbaarheid. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voldoende informatie had verstrekt en dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende en onvolledige informatie heeft verstrekt over de omvang van de inkomsten en werkzaamheden. De Raad bevestigt dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken omdat het recht daarop niet kon worden vastgesteld. De boete wordt eveneens bevestigd op 25% van het benadelingsbedrag vanwege verminderde verwijtbaarheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de boete van 25% wegens schending van de inlichtingenplicht.