Betrokkene, voormalig stukadoor, viel uit wegens een trauma aan de rechtervoet en vroeg een WIA-uitkering aan. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast, maar betrokkene betwistte de juistheid hiervan. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, prof. dr. R.L. Diercks, die uitgebreid onderzoek deed en concludeerde dat betrokkene verdergaand beperkt was dan aanvankelijk vastgesteld, met een urenbeperking van vier uur per dag en ongeschiktheid voor alle geselecteerde functies.
Appellant, het UWV, voerde aan dat het deskundigenrapport onjuist was, maar de rechtbank volgde de deskundige vanwege diens diepgaand en consistent gemotiveerd rapport. De Raad bevestigt dat de medische grondslag van het bestreden besluit niet standhoudt en vernietigt het besluit, mede gelet op de gewijzigde motivering in de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad oordeelt dat rolstoelgebruik als uitgangspunt kan worden genomen indien dit de belastbaarheid vergroot, zonder schending van grondrechten. De Raad bepaalt dat tegen het nieuwe besluit op bezwaar alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.