ECLI:NL:CRVB:2017:25
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1993 een WAO-uitkering ontving vanwege psychische klachten, vroeg in 2012 een WIA-uitkering aan wegens enkelklachten. Het UWV kende een voorschot toe maar stelde later vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen heeft, waaronder extreme vergeetachtigheid en een lager opleidingsniveau. De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Het onderzoek was zorgvuldig, de beperkingen waren adequaat vastgesteld en de geselecteerde functies passend. Appellant bracht geen nieuwe informatie die tot een andere beoordeling zou leiden.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken op 4 januari 2017 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.