ECLI:NL:CRVB:2017:2604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim na weigering werkhervatting ambtenaar
Appellant was werkzaam als ambtenaar en kreeg in 2013 een disciplinaire straf van ontslag opgelegd. De rechtbank verklaarde dit ontslag in 2014 gegrond en wees een verzoek om immateriële schadevergoeding af. Appellant ging in hoger beroep tegen het afwijzen van de schadevergoeding.
Na de uitspraak van de rechtbank heeft de minister geprobeerd werkhervatting met appellant te regelen, maar appellant weigerde terug te keren vanwege een vermeende vertrouwensbreuk en had elders werk gevonden. De minister gaf appellant de keuze om per 1 december 2014 te komen werken of ontslag op eigen verzoek te nemen. Appellant gaf geen gehoor aan de werkhervatting, waarna de minister hem ontsloeg wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat geen ernstige vertrouwensbreuk was vastgesteld en het ontslag niet onredelijk was. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt de uitspraak, waarmee het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.