ECLI:NL:CRVB:2017:2613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel ZW-uitkering wegens psychische klachten na miskraam met causaal verband zwangerschap
Appellante was werkzaam in de thuiszorg en meldde zich ziek vanwege een miskraam na acht weken zwangerschap. Het UWV kende haar aanvankelijk ziekengeld toe, maar stelde later vast dat haar arbeidsongeschiktheid niet langer direct verband hield met de zwangerschap en beëindigde de ZW-uitkering per 16 maart 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen causaal verband bestond tussen de psychische klachten en de zwangerschap. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat haar psychische klachten, waaronder angststoornis en PTSS, wel degelijk voortvloeiden uit de miskraam.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende had onderbouwd dat er geen PTSS was en dat de klachten niet direct verband hielden met de zwangerschap. Gezien de medische rapporten en de gehanteerde richtlijnen van het UWV werd geconcludeerd dat er wel degelijk een causaal verband bestond tussen de miskraam en de arbeidsongeschiktheid.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 2 juni 2015 herroepen, waardoor appellante ook na die datum recht heeft op een ZW-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De ZW-uitkering wordt hersteld omdat de arbeidsongeschiktheid van appellante direct verband houdt met de miskraam en zwangerschap.