ECLI:NL:CRVB:2017:2642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding gedurende vijf jaar
Appellante ontving bijstand van 2004 tot 2013 als alleenstaande ouder. Uit onderzoek naar aanleiding van een anonieme melding bleek dat zij samen met C, met wie zij twee kinderen heeft, een gezamenlijke huishouding voerde op het uitkeringsadres, terwijl beiden op verschillende adressen stonden ingeschreven.
De sociale recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, waaronder dossieronderzoek, getuigenverklaringen van buurtbewoners en verhoren van appellante en C. C verklaarde meerdere keren dat hij feitelijk bij appellante woonde, ondanks dat hij om schuldenredenen niet bij haar was ingeschreven. Buurtbewoners bevestigden het samenwonen en het gezinssituatie op het uitkeringsadres.
Het college besloot de bijstand over de periode 7 augustus 2008 tot 1 januari 2013 in te trekken en terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep. De Raad acht de verklaringen en het bewijs voldoende om te concluderen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding die niet was gemeld, waardoor intrekking gerechtvaardigd is.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.