ECLI:NL:CRVB:2014:2376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en onjuist woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder en later als alleenstaande, terwijl hij feitelijk een gezamenlijke huishouding voerde met zijn ex-partner met wie hij twee kinderen heeft. Uit onderzoek, waaronder verklaringen van appellant en zijn ex-partner, observaties en dossieronderzoek, bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van zijn ex-partner, ondanks dat hij formeel op een ander adres stond ingeschreven.
Het dagelijks bestuur van Werk & inkomen Lekstroom trok daarom de bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van zijn gezamenlijke huishouding en het niet doorgeven van zijn feitelijke woonadres.
Ook de stelling van appellant dat het dagelijks bestuur gebonden zou zijn aan een eerder onderzoek waarin geen gezamenlijke huishouding werd vastgesteld, werd verworpen. De Raad benadrukte dat later onderzoek nieuwe feiten kan aan het licht brengen die rechtvaardigen dat bijstand wordt ingetrokken en teruggevorderd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de onderzochte perioden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en onjuist opgegeven woonadres.