ECLI:NL:CRVB:2017:2650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget wegens schuldsaneringsregeling moeder
Appellante, meervoudig gehandicapt en geïndiceerd voor diverse zorgfuncties, vroeg een persoonsgebonden budget (pgb) aan. Het Zorgkantoor wees dit af op grond van artikel 2.6.4 van de Regeling Subsidies AWBZ (Rsa), omdat de moeder van appellante onder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen viel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat geen ruimte bestond voor een belangenafweging.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij zelf geen schulden heeft en dat de weigeringsgrond daarom niet op haar van toepassing is. Ook stelde zij dat zorg in natura niet aan haar behoeften voldoet. De Raad overwoog dat de regelgeving dwingendrechtelijk is en het Zorgkantoor verplicht tot weigering zolang de schuldsaneringsregeling van toepassing is op de moeder. Appellante maakte niet aannemelijk dat zij geen keuze heeft tussen zorg in natura en een pgb, mede omdat het Zorgkantoor twee zorgaanbieders had genoemd die aan haar zorgvraag konden voldoen.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een belangenafweging of proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door voorzitter Wagner en leden Tobé en Boersma.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het pgb aan appellante wegens toepassing van de schuldsaneringsregeling op haar moeder.