ECLI:NL:CRVB:2017:2666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en verlaging indicatie AWBZ voor begeleiding individueel en persoonlijke verzorging
Appellante, bekend met chronische pijnklachten door artrose en osteopenie, had een indicatie voor begeleiding individueel (BI) en persoonlijke verzorging (PV) op grond van de AWBZ. Na een verzoek tot uitbreiding van de indicatie heeft het CIZ de indicatie voor BI beëindigd en de indicatie voor PV verlaagd, gebaseerd op medische adviezen van deskundigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat er geen aanwijzingen waren dat de medische adviezen onzorgvuldig of onjuist waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen en zorgbehoefte werden onderschat, met name het risico op vallen en verdwaald raken zonder begeleiding en de noodzaak van ondersteuning bij persoonlijke verzorging.
De Raad oordeelt dat de medische adviezen zorgvuldig zijn opgesteld en dat appellante haar stellingen onvoldoende met medische stukken heeft onderbouwd. Het belang van functioneel en gedoseerd bewegen bij haar aandoeningen werd benadrukt, en het bestreden besluit is daarom terecht genomen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging en verlaging van de indicatie wordt bevestigd.