ECLI:NL:CRVB:2017:2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onjuiste bevoegdheid college
Appellante ontving sinds april 2013 bijstand op grond van de WWB. Na meerdere oproepen voor gesprekken over haar re-integratie, waarbij zij zonder bericht niet verscheen, besloot het college haar bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken met toepassing van artikel 54 lid 4 WWB Pro. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college niet bevoegd was tot intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 lid 4 WWB Pro, omdat het niet verschijnen op het re-integratiegesprek niet kan worden aangemerkt als het niet tijdig of onvolledig verstrekken van gegevens of bewijsstukken, noch als onvoldoende medewerking in de zin van dat artikel. De Raad verwijst naar de wetswijziging van artikel 17 lid 2 WWB Pro per 1 juli 2013, die het verlenen van medewerking aan oproepen voor arbeidsinschakeling verduidelijkt, maar stelt dat de systematiek van opschorten en intrekken ongewijzigd is gebleven.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 19 november 2013 herroepen. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de bijstand wordt vernietigd omdat het college niet bevoegd was tot intrekking op grond van artikel 54 lid 4 WWB.