ECLI:NL:CRVB:2017:2797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-, WAO-uitkeringen wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant verrichtte in de periode van 28 augustus 2006 tot en met 31 januari 2014 werkzaamheden als zelfstandige zonder dit te melden aan het UWV, hetgeen een schending van de inlichtingenplicht vormt. Het UWV trok daarop de WW-, WAO-uitkeringen en toeslagen in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug.
De rechtbank Overijssel vernietigde aanvankelijk het besluit wegens onvoldoende onderzoek door het UWV, maar na aanvullend onderzoek handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant geen verifieerbare administratie had bijgehouden en onvoldoende onderbouwing gaf van zijn werkzaamheden en inkomsten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn activiteiten hobbygerelateerd waren en de sanctie disproportioneel was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vele advertenties op marktplaats.nl duiden op handel met geldelijk voordeel, waarvoor melding aan het UWV verplicht was. Het niet nakomen van deze plicht maakt vaststelling van het recht op uitkering onmogelijk, rechtvaardigt intrekking en terugvordering, en er was geen dringende reden om hiervan af te zien. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de uitkeringen wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht.