ECLI:NL:CRVB:2017:2837
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering terug te komen van beoordelings- en ontslagbesluiten rechter in opleiding
Appellante, werkzaam als rechter in opleiding bij de rechtbank Gelderland, kreeg een schriftelijke berisping opgelegd wegens plichtsverzuim, welke later door de Raad werd herroepen. Op basis van een tussenbeoordeling met het judicium 'onvoldoende' beëindigde het bestuur haar opleiding en verleende ontslag. Appellante verzocht om terug te komen van deze besluiten, wat werd afgewezen.
Zij stelde dat de herroeping van de berisping een nieuw feit was dat tot herziening moest leiden, en dat zij ten onrechte niet was gehoord over het bezwaar tegen het ontslagbesluit. De Raad oordeelde dat de herroeping geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid was in de zin van artikel 4:6 Awb Pro en dat het bestuursorgaan terecht had besloten niet terug te komen op het beoordelingsbesluit.
Verder werd vastgesteld dat het vermeende primaire besluit over het ontslag in het bestreden besluit niet aanwezig was, waardoor het beroep daarop niet-ontvankelijk werd verklaard. De schending van de hoorplicht werd geconstateerd maar geacht niet te leiden tot nadeel voor appellante, zodat dit gebrek werd gepasseerd. De beroepen werden ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht werd aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het vermeende primaire ontslagbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de weigering terug te komen van de besluiten zijn ongegrond verklaard.