ECLI:NL:CRVB:2018:2291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onvoldoende eindbeoordeling rechter in opleiding en beëindiging opleiding
Appellante, sinds 2002 werkzaam als ambtenaar bij de rechtbank, volgde vanaf 2014 de opleiding tot rechter in opleiding (rio). Gedurende haar opleiding werden meerdere evaluaties uitgevoerd, waarbij zij op kritische beoordelingscriteria onvoldoende scoorde. Het bestuur stelde een eindbeoordeling vast met het judicium 'onvoldoende' en besloot de opleiding niet te verlengen.
Appellante voerde aan dat de beoordeling onjuist was en dat persoonlijke omstandigheden en de omkering van leerwerkomgevingen haar prestaties negatief beïnvloedden. De Raad oordeelde dat het bestuur de beoordeling voldoende had gemotiveerd met concrete feiten uit feedbackformulieren en het portfolio. Persoonlijke omstandigheden en het leerklimaat werden niet als zodanig zwaarwegend beoordeeld dat verlenging gerechtvaardigd was.
De Raad bevestigde dat de opleiding was afgestemd op maatwerk en dat de toetsing van de beoordeling terughoudend is, mits gebaseerd op voldoende gronden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de opleiding gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de opleiding gehandhaafd.