ECLI:NL:CRVB:2017:2911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet na ziekmelding wegens pijnklachten. Het UWV stelde na een eerstejaars beoordeling vast dat appellant met beperkingen meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en het medisch onderzoek werd aangepast met aanvullende psychische beperkingen, maar het oordeel bleef dat hij geschikt was voor bepaalde functies en meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en paste artikel 6:22 Awb Pro toe om een onjuistheid in het maatmaninkomen te corrigeren, wat de Raad onderschrijft. In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij meer beperkingen had, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, inclusief de beoordeling van psychische klachten en de informatie van i-psy.
De Raad bevestigt dat de functies medisch geschikt zijn en dat de berekening van het maatmaninkomen correct is uitgevoerd. De loongegevens van april 2014 zijn terecht buiten beschouwing gelaten omdat deze maand buiten het refertejaar valt. Gezien deze overwegingen is het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht genomen en wordt het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.