ECLI:NL:CRVB:2017:293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- A.B.J. van der Ham
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen op spaarrekeningen minderjarige kinderen
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de WWB, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat zij over meer vermogen beschikte dan de toegestane grens. Dit vermogen bestond onder meer uit saldi op spaarrekeningen van haar minderjarige dochters, die op hun naam stonden maar waarover appellante als wettelijk vertegenwoordiger kon beschikken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Appellante voerde aan dat het tegoed op de rekeningen niet aan haar toegerekend mocht worden vanwege afspraken in het ouderschapsplan en de verdeling van het huwelijksvermogen, maar slaagde hier niet in.
De Raad oordeelde dat het saldo op de spaarrekeningen redelijkerwijs aan appellante kan worden toegerekend omdat zij als wettelijk vertegenwoordiger de rekeningen had geopend en het geld afkomstig was van haar eigen rekening. Ook het eerdere bezwaar dat de situatie vergelijkbaar was met een eerdere uitspraak werd verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat het vermogen op de spaarrekeningen van de minderjarige dochters aan appellante kan worden toegerekend.