ECLI:NL:CRVB:2017:298
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim door alcoholgebruik en onjuiste verklaringen
Appellant, werkzaam als medior complexbeveiliger bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Op 31 december 2014 nam hij een fles mousserende wijn met 6% alcohol mee en dronk hiervan tijdens zijn dienst op 1 januari 2015. Hij ontkende dit herhaaldelijk en gaf onjuiste verklaringen, waaronder het overhandigen van een lege fles alcoholvrije wijn om de waarheid te verbergen.
De minister stelde een intern onderzoek in en legde appellant op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) artikel 81 ontslag Pro op. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat binnen de inrichting een cultuur bestond waarin alcoholgebruik tijdens werktijd werd gedoogd, maar de Raad verwierp dit omdat het verbod op alcoholgebruik tijdens werktijd duidelijk is en geen sprake was van een structurele overtreding.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant plichtsverzuim vormen en hem volledig kunnen worden toegerekend. Gezien de ernst van de feiten en het bedrog bij het verbergen van alcoholgebruik was ontslag een passende straf. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.