ECLI:NL:CRVB:2017:3013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- A.I. van der Kris
- A.T. Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en zorgvuldigheid besluit WIA-uitkering
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel in 2011 uit wegens locomotore en psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV een mate van arbeidsongeschiktheid vast van circa 52% tot 65%, wat leidde tot een loongerelateerde WGA-uitkering. Appellant betwistte dit en voerde aan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn, onderbouwd met een CIZ-indicatiebesluit en een verklaring van een begeleider.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig te werk is gegaan, waarbij de verzekeringsartsen meerdere keren appellant hebben onderzocht en de medische gegevens van de behandelend psychiater zijn betrokken. Het beroep op artikel 6 EVRM Pro en het verzoek om een medisch deskundige werden verworpen, mede omdat appellant geen concreet financieel onvermogen aannam en zelf informatie heeft ingebracht.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellant niet zijn onderschat en dat het indicatiebesluit van het CIZ niet relevant is voor de WIA-beoordeling. De vastgestelde functionele mogelijkhedenlijst en de arbeidsdeskundige rapporten vormden een deugdelijke basis voor het besluit. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en wijst het beroep en verzoek tot schadevergoeding af.