Uitspraak
7 juni 2016, 16/693 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 1 september 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellant aanvankelijk ontheven van de sollicitatieplicht, maar op basis van een medisch advies uit april 2015 besloot het college in juli 2015 dat appellant belastbaar is voor werk van 32 uur per week en dat hij moet solliciteren. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit gegrond wegens een motiveringsgebrek, vernietigde het besluit maar hield de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen het standpunt dat de rechtsgevolgen in stand blijven en voerde aan dat zijn medische situatie niet was veranderd en het advies onzorgvuldig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen voldoende procesbelang had, omdat hij inmiddels bij besluit van mei 2017 tot en met maart 2018 ontheven is van de sollicitatieplicht en daarmee in dezelfde positie verkeert als voor het bestreden besluit. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 augustus 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.