ECLI:NL:CRVB:2017:3179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Ziekengeld wegens niet-verzekering op eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant was in dienst bij een werkgever op een tijdelijk contract en vroeg wegens ziekte van zijn moeder minder te werken, maar werd niet meer opgeroepen. Hij was opgenomen in een afkickkliniek van 2 september tot 9 oktober 2015. Het UWV weigerde een WW-uitkering omdat appellant onvoldoende weken had gewerkt en stelde later vast dat appellant geen recht had op ziekengeld omdat hij op 2 september 2015 niet verzekerd was.
De rechtbank oordeelde dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht op 2 september 2015 was vastgesteld, omdat verslaving op zich geen ziekte is tenzij deze leidt tot objectieve medische beperkingen of klinische opname. Appellant had zich pas op 14 oktober 2015 ziek gemeld, waardoor het risico van onduidelijkheid voor zijn rekening bleef.
In hoger beroep herhaalde appellant dat hij eerder ziek was, onderbouwd met een verklaring van zijn behandelaar, maar het UWV en de Raad wezen erop dat medische gegevens en zijn eigen verklaringen niet aantonen dat hij eerder arbeidsongeschikt was. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit dat appellant geen recht heeft op ziekengeld omdat hij niet verzekerd was op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op ziekengeld omdat hij op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet verzekerd was en niet eerder objectief arbeidsongeschikt was.