ECLI:NL:CRVB:2015:784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet- en WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid in 2002
Appellant heeft met terugwerkende kracht een Ziektewet- en WAO-uitkering aangevraagd, stellende dat hij sinds 2002 arbeidsongeschikt is vanwege verslavingsproblematiek en psychotische kwetsbaarheid.
Het UWV weigerde de uitkeringen omdat uit het medisch onderzoek bleek dat arbeidsongeschiktheid pas vanaf 2006 aannemelijk was. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het risico van onduidelijkheid bij late melding voor rekening van appellant komt.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische gegevens en rapporten van de Mondriaan Zorggroep boden onvoldoende grond om arbeidsongeschiktheid in 2002 aan te nemen. De Raad volgde de vaste jurisprudentie dat verslaving op zich geen ziekte is, tenzij objectieve medische beperkingen of klinische behandeling aantoonbaar zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de geweigerde uitkeringen en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet- en WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid in 2002.