ECLI:NL:CRVB:2017:3356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens vermogen boven vrij te laten grens
Appellante ontving bijstand vanaf 2010 en vanaf 2015 op grond van de Participatiewet. Na een tip over haar vermogen startte het Regionaal Opsporingsteam Sociale Recherche een onderzoek. Hierbij bleek dat op 5 december 2013 een bedrag van €14.000,- op haar bankrekening was gestort, waarvan zij in december 2013 €14.000,- opnam.
Het college trok haar bijstand in over de periode 5 december 2013 tot 2 december 2014 en vorderde de bijstandskosten terug. De rechtbank vernietigde het handhavingsbesluit, maar liet de intrekking in stand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het geld van haar broer was en zij het contant aan hem had gegeven.
De Raad oordeelde dat het tegoed op een bankrekening op naam van appellante tot haar vermogen behoort, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Appellante slaagde er niet in dit tegenbewijs te leveren; de verklaring van haar schoonzus was onvoldoende en het bankafschrift toonde niet aan dat zij het geld niet meer beheerde. Daarom was het vermogen boven de vrij te laten grens en was de intrekking en terugvordering terecht. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand en de terugvordering wegens het beschikken over vermogen boven de vrij te laten grens.