ECLI:NL:CRVB:2017:3361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen brommerhandel en terugvordering
Appellant ontvangt sinds 1994 bijstand en wordt sinds 2010 begeleid vanwege zwakbegaafdheid. Na een signaal van het Inlichtingenbureau bleek dat appellant tussen 2006 en 2014 ongeveer 70 kentekens van brommers en scooters op zijn naam had staan. Het dagelijks bestuur stelde een onderzoek in en concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door deze transacties niet te melden.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand over meerdere maanden in en vorderde ruim €57.000,- bruto terug. Appellant voerde aan dat brommerhandel niet gelijk is aan autohandel en dat hij de informatie niet bewust had achtergehouden. De Raad oordeelde dat handel in brommers gelijk moet worden behandeld als handel in auto's, omdat kentekenregistraties directe betrokkenheid aantonen en ook bij brommers een financieel belang speelt.
Appellant kon geen controleerbare gegevens over inkomsten overleggen en maakte niet aannemelijk dat hij recht had op bijstand over de betreffende maanden. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd.