ECLI:NL:CRVB:2017:3363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medeterugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks verschillende inschrijvingen
Appellant en [A] ontvingen bijstand op grond van de WWB en Abw. Het college vorderde kosten van bijstand terug omdat zij een gezamenlijke huishouding zouden voeren, wat niet was gemeld. Uit uitgebreid onderzoek, inclusief observaties en verklaringen, bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres, ondanks verschillende inschrijvingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de verklaring van [A] en de onderzoeksbevindingen, en dat de gezamenlijke huishouding ook bestond ondanks de zorg voor hun zoon.
De Raad verwierp de stellingen van appellant over vooringenomenheid en onzorgvuldigheid van het college. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de door appellant gemaakte kosten in bezwaar en beroep, omdat deze niet waren vergoed. Het hoger beroep werd verder afgewezen, waardoor de medeterugvordering blijft staan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medeterugvordering van bijstandskosten van appellant wegens gezamenlijke huishouding en veroordeelt het college tot vergoeding van bezwaarkosten.