Uitspraak
10 mei 2016, 15/5229 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor de kosten van een bh, magic bh-haakjes, tandartskosten en schoenen. Het dagelijks bestuur kende bijzondere bijstand toe voor een bh en de meerkosten van schoenen, maar wees de vergoeding van magic bh-haakjes en tandartskosten af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat ook de kosten van magic bh-haakjes vergoed hadden moeten worden en dat zij recht had op vergoeding van tandartskosten en volledige schoenenkosten. De Raad oordeelde dat de aanvraag uitsluitend betrekking had op een bh, niet op bh-haakjes, en dat de Zorgverzekeringswet een passende voorliggende voorziening is voor tandartskosten, waardoor bijzondere bijstand daarvoor niet kan worden toegekend.
Verder was het beleid van het dagelijks bestuur om bij schoenenkosten een NIBUD-richtprijs in mindering te brengen niet onredelijk. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere toekenningen geen onvoorwaardelijke toezegging inhielden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor magic bh-haakjes, tandartskosten en volledige vergoeding van schoenenkosten.