ECLI:NL:CRVB:2017:338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens territorialiteitsbeginsel en ontbreken zeer dringende redenen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om bijzondere bijstand voor medische kosten, waaronder een hoortoestel, medicijnen, podotherapie en een bril, deels in Turkije gemaakt. Het college wees dit af omdat de kosten niet noodzakelijk waren of onder een voorliggende voorziening vielen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het territorialiteitsbeginsel uit artikel 11 van Pro de Participatiewet (PW) verlening van bijzondere bijstand voor in het buitenland gemaakte kosten uitsluit.
Verder oordeelde de rechtbank dat appellant geen recht had op bijzondere bijstand voor medische kosten die door de zorgverzekering (Zvw) worden gedekt, aangezien deze als toereikende en passende voorliggende voorziening geldt. Ook het beroep op vergoeding van het eigen risico werd afgewezen, omdat dit een bewuste keuze van de wetgever betreft en als voorliggende voorziening geldt. Het beroep op artikel 16 lid 1 PW Pro, dat bijstand mogelijk maakt bij zeer dringende redenen, werd eveneens verworpen omdat appellant geen acute noodsituatie aannemelijk maakte.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, waaronder dat de zorgverzekering geen voorliggende voorziening zou zijn en dat er sprake was van een acute noodsituatie vanwege hartproblemen en verlies van een gehoorapparaat. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende objectief bewijs leverde voor een acute noodsituatie die alleen met bijstand kon worden verholpen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.