ECLI:NL:CRVB:2015:1751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen risico zorgverzekering
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van het eigen risico van zijn zorgverzekering over 2011 en 2012, welke door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen werd afgewezen. Het college beriep zich op het bestaan van een passende en toereikende voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de WWB en het ontbreken van zeer dringende redenen volgens artikel 16 van Pro de WWB.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn bijzondere gezondheidssituatie een uitzondering rechtvaardigt en dat er zeer dringende redenen zijn om bijzondere bijstand toe te kennen. Tevens deed hij een beroep op het gemeentelijke beleidsreglement.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verplicht eigen risico een bewuste keuze van de wetgever is en een uitputtende regeling vormt die als voorliggende voorziening geldt. De gezondheidssituatie van appellant rechtvaardigt geen uitzondering. Ook werd geoordeeld dat zeer dringende redenen slechts bestaan bij acute noodsituaties van levensbedreigende aard, wat hier niet is aangetoond. Het beroep op het gemeentelijke beleid faalde eveneens omdat dit de kosten van het eigen risico expliciet uitsluit.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het eigen risico wordt bevestigd.