ECLI:NL:CRVB:2017:346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indicatie persoonlijke verzorging wegens voorliggende behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de AWBZ vanwege ziekte van Lyme en chronisch vermoeidheidssyndroom. Het CIZ wees de aanvraag voor persoonlijke verzorging, begeleiding en verpleging deels toe en deels af, omdat volgens medisch advies een voorliggende behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) aangewezen is.
De medisch adviseurs stelden dat de diagnose en behandeling van de ziekte van Lyme door een Duitse arts onvoldoende onderbouwd zijn volgens Nederlandse richtlijnen. Er is sprake van een somatoforme stoornis waarvoor een specialistisch traject binnen de Zvw beschikbaar is. Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij deze behandeling niet kan volgen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Ook het standpunt dat het beëindigen van de indicatie in strijd zou zijn met de beginselen van behoorlijk bestuur wordt verworpen, aangezien een overgangsperiode is gehanteerd.
De Raad concludeert dat de afwijzing van de indicatie terecht is omdat de voorliggende behandeling op grond van de Zvw geldt en dat het hoger beroep niet slaagt.
Uitkomst: De afwijzing van de indicatie voor persoonlijke verzorging is terecht omdat voorliggende behandeling op grond van de Zorgverzekeringswet is aangewezen.