ECLI:NL:CRVB:2017:3505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid woon- en verblijfplaats dakloze
Betrokkene, een dakloze, ontving sinds 2011 bijstand en had zich in 2015 gemeld bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van Amsterdam voor bijstand en een postadres. Hij gaf meerdere verblijfplaatsen op, maar bleek bij huisbezoeken niet op deze adressen aanwezig. Het college trok daarom de bijstand per 1 februari 2015 in wegens onduidelijkheid over zijn woon- en verblijfplaats.
Betrokkene diende later opnieuw een aanvraag in, maar verscheen niet op een verplichte afspraak om aanvullende formulieren in te leveren, waardoor het college de aanvraag afwees. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en vernietigde het besluit tot afwijzing van de aanvraag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht de bijstand introk omdat betrokkene onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn verblijfplaatsen, mede door het opgeven van een onjuist huisnummer. Tevens vernietigt de Raad het oordeel van de rechtbank over de afwijzing van de aanvraag omdat betrokkene niet meewerkte aan het onderzoek naar zijn woon- en leefsituatie. Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen en dat van het college toegewezen, waardoor het beroep tegen de afwijzing ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wordt bevestigd en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt gehandhaafd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en verblijfplaats.